Dag lezer,
Dit is een longread.
En ik weet het,
‘Mensen lezen niet graag lange teksten op het internet’. Zeggen ze.
En er zijn vast ook heel wat trucjes om de ‘best converterende about me-tekst te schrijven’. Die ken ik, want vroeger was ik copywriter en schrijver.
Maar die wil ik niet gebruiken. Net zoals ik geen chats of claudes wil inzetten op een pagina waarop ik over mezelf vertel.
Want deze pagina, en mijn verhaal, gaan net niét over trucjes.
Maar over integer invoelen hoe iemands energie is, waar iemand voor staat en hoe authentiek de intenties daarachter zijn.
Dus, als je me graag vanop afstand leert kennen, vooraleer je een sessie boekt,
dan nodig ik je uit om nu al even te vertragen en in te voelen of mijn energie resoneert met die van jou.
Dit is mijn verhaal.
Je kan de vrouw uit de media halen
maar het medium niet uit de vrouw
Ik ben Rien.
En met Citrine breng ik iets dat ik niet anders kan omschrijven dan zielswerk.
Wie mij kent, weet dat ik pas op mijn 38e in deze job geland ben.
Tot dan werkte ik een hele andere sector.
Ik deed iets waar ik goed in was, maar toch wist ik dat ik eigenlijk iets anders hoorde te doen. Dus bleef ik zoeken.
Goed.
Ik neem je even mee naar 2016. Ik werkte als freelance journalist voor de weekendbijlage van een nationale krant.
Dat deed ik met de hoeveelheid passie en overtuiging waarmee ik zowat alles onderneem in dit leven: de maximale dosis. Journalistiek was de job waarvan ik al van kindsaf had gedroomd, en de reden waarom ik Taal- en Letterkunde en vervolgens Communicatiewetenschappen was gaan studeren. Dat ik als jonkie mocht werken voor De Krant, voelde zo onwezenlijk, dat ik elke dag aan mezelf wilde bewijzen dat ik de job écht verdiende. Ik ging hard, schreef dagelijks en reed het halve land rond om interviews af te nemen.
Lifestyle interviews afnemen en portretten schrijven,
dat was wat ik het liefste deed.
Interviewen voor zo’n portret was, achteraf gezien, mijn echte métier. Nog meer dan het schrijven zelf. Tijdens zo’n interview mocht ik luisteren naar mensen die gepassioneerd vertelden over hun kijk op de wereld, over hun project of hun uitvinding. Over de kunst die ze maakten of de boeken die ze schreven. Mensen die delen over hun passie, hebben een ontzettend aanstekelijke energie.
En tijdens een interview mocht ik even meereizen op die vibe. Dat was heerlijk intens en vaak uplifting. Het gaf me bovendien het gevoel dat de wereld een mooie plek was, en dat heel veel mensen op hun manier aan het werk zijn om ze nog mooier te maken.
Na zo’n gepassioneerd interview reed ik dan naar huis. Met een hart dat even gevuld was als mijn bandrecordertje.
Vervolgens was het ‘de kunst’ om een dag later - alleen aan mijn bureau - de energie van mijn geïnterviewde en van het gesprek weer op te roepen. Er opnieuw ‘in te gaan zitten’. Want ik zag het als mijn taak om niet alleen de woorden en de visie van de geïnterviewden, maar ook de passie waarmee ze die op mij hadden overgebracht, zo authentiek mogelijk door te geven aan een lezerspubliek. Ik wilde dat er niéts van hun vonk verloren ging. Dat de schoonheid van hun werk en de aanstekelijke energie verder kon stromen. Naar de lezer, en bij uitbreiding: de wereld.
Ik was een doorgeefluik: via mijn werk probeerde ik mensen te raken met dezelfde intensiteit als waarmee ik geraakt was.
Kostte wat het kost. Ook al was dat veel van mijn eigen energie.
797204
Een onbekend nummer.
Ik sta te wachten voor een rood voetgangerslicht op een druk Antwerps stadskruispunt, wanneer ik telefoon krijg. Na lang twijfelen - ik had nu eens eindelijk een dag vakantie - neem ik toch op. Aan de andere kant van de lijn stelt een vrouw zich voor. Ze is de dochter van een bekende muzikant die ik zopas had geïnterviewd voor de weekendbijlage van een Nationale krant. ‘Ik bel je op, omdat mijn vader me dat heeft gevraagd’.
De schrik slaat me om het hart. Vanochtend had ik haar vader mijn tekst doorgestuurd, om na te lezen voor publicatie.
Ze belt om te zeggen dat hij kwaad is, denk ik. Omdat ik hem woorden in de mond heb gelegd.
Het was een heel mooi, maar geen standaard interview geweest. Dat kwam doordat er eigenlijk heel weinig gezegd was. De woorden van de muzikant kwamen niet zo vlot. Maar een andere taal - die onder de woorden - stroomde wél volop. Die van pure intenties en gevoelens. En dus had ik achteraf, in de tekst, een weergave gegeven van die beide lagen. En daarbij had ik zélf aangevuld. Met woorden die hij niét had gezegd. Dat dat hoegenaamd niet de bedoeling is van journalistiek, dat wist ik uiteraard wel.
En toch. Toch had ik het gedaan.
En nu werd ik ervoor op het matje geroepen.
“Mijn vader heeft me expliciet gevraagd: ‘wil je die vrouw voor mij opbellen, en haar bedanken’.”, klonk het. Meteen springen de tranen me in de ogen. “Mijn vader weet dat hij niet gemakkelijk praat in interviews. En hij is al vaak verkeerd begrepen. Daarom is hij nu zo dankbaar: in al die jaren is er nog nooit iemand geweest die zo goed heeft aangevoeld wat hij eigenlijk bedoelde. Hij zei me: Ik weet niet hoe het kan, maar die vrouw heeft mij helemaal begrepen.”
De rest van de dag leek ik te zweven. Er was iéts in mij geraakt.
Al wist ik toen nog niet precies wat.
Gezien worden voor wie je bent, in je essentie, weet ik nu - is een diep helende ervaring.
Een waarvoor we de ander nodig hebben.
De muzikant voelde zich gezien door mij.
En op zijn beurt deed hij mij het plezier om hetzelfde te mogen ervaren.