Dat ik aanwezig kan en wil blijven bij gevoelens, bij pijn, verdriet en rouw heeft ongetwijfeld met mijn hoogsensitieve karakter te maken.
Maar evengoed met mijn eigen levenservaringen en met het vroege verlies dat ik moest verwerken. Ik verloor mijn - voor mij heel bijzondere - vader voor het eerst toen hij 45 was, aan vroege tekenen van jongdementie. Op zijn 50ste verloor ik hem een tweede keer. Na zijn brein was ook zijn fysieke lichaam te ver afgetakeld. Van zijn spirit, wil ik graag geloven, moest ik nooit afscheid nemen.
Ik voel hem, in gedachten en in wezen, nog altijd heel nabij.
En ik vraag me dan ook geregeld af, wat hij, als scepticus, van mijn nieuwe carrièrepad zou vinden.
'Ik ben een heel rationeel persoon’,
Zou hij waarschijnlijk gezegd hebben.
En hij is niet de enige. Het is namelijk een zin die na een eerste sessie bij Citrine geregeld valt. Meestal gevolgd door een herkadering als: ’normaal gezien’
Die zin wordt steevast uitgesproken op een kantelmoment. Het moment waarop het hoofd weer ‘online’ komt, en het rationele brein probeert te begrijpen wat het lichaam zopas heeft ervaren.
En wanneer dat niet lukt, ervaring en ratio verenigen, durft het wereldbeeld van de ontvanger in kwestie wel eens door elkaar geschud worden.
Hoe kàn dit?
Voor mij is dat moment elke keer weer even magisch, omdat ik aanwezig mag zijn wanneer én mag aanschouwen hoe mensen hun blik op de wereld in vraag stellen.
Niet door ergens wel of niet in te geloven.
Niet door iets wel of niet te begrijpen.
Maar gewoon…
door het zelf te ervaren.
‘Jouw systeem staat constant aan’
Zo ging het per slot van rekening bij mij ook. De eerste keer dat ik in aanraking kwam met energetisch werk, was een jaar of vijf geleden. Ik was op zoek naar een oplossing voor het slaapprobleem van mijn hoogsensitieve en vaak overprikkelde dochter. Daarvoor had ik al op veel plaatsen gezocht, maar weinig gevonden.
Tot een wijze therapeut het me heel helder voorschotelde. “Haar zenuwstelsel spiegelt het jouwe”, zei ze. “En het jouwe staat constant ààn”.
Daar had ze gelijk in. Een leven met drie jonge kinderen en de deadlinestress eigen aan mijn beroep als journalist, hadden ervoor gezorgd dat mijn zenuwstelsel geen rust meer kende. Gecombineerd met een aangeboren gevoeligheid, weinig filters en een neurosparkly ADHD-brein. Wel ja. Laat ons zeggen dat ik in een bijzondere staat van hoogspanning verkeerde.
“Je dochter zal pas diepgaand tot rust kunnen komen, wanneer jij dat ook doet”, ging de therapeut verder. Ik was dankbaar voor die eerlijkheid, maar tegelijk ook danig teleurgesteld in mijn eigen proces. Want rust vinden, in dat woelige hoofd van mij, dat was iets waarvoor ik al lang (af en aan) in therapie was. Ik had meermaals gesprekstherapie geprobeerd, maar ook cognitieve gedragstherapie, EMDR, loopbaanbegeleiding perfectionismecoaching en hypnose. De ene therapie bouwde mooi verder op de andere, en dat proces had me stukken vooruit geholpen. En ik dàcht dat ik al behoorlijk ver stond. Maar er was toch nog iets anders nodig.
De ingang van het hoofd & de ingang van het lichaam
“Tot nu toe nam je enkel de ingang van het hoofd”, kaderde de therapeut. “Misschien kan je ook eens die van het lichaam proberen”. Ze gaf me de naam van “een bijzondere vrouw die heel bijzonder werk doet”. Ze omschreef het als “iets dat je nog niet ervaren zal hebben, maar dat voor jouw gevoelige systeem wel eens heel goed zou kunnen werken.”
In blind vertrouwen en extra gemotiveerd door de gebroken nachten die onze dochter maar aan elkaar bleef rijgen, maakte ik een afspraak. Voor wat, dat wist ik niet precies. Maar wel dat het ‘iets met energie’ was. Daar had ik geen ervaring mee, of voorkennis over. Ik wist niet of het iéts zou uithalen of gewoon kristalklare onzin zou blijken. Maar ik wilde me wel openstellen en het onbevangen op me laten afkomen. Want fair is fair - anders had ik de afspraak ook niet moeten maken.
En net als de mensen die bij mij op de tafel komen te liggen, zou ik mezelf ook als een rationeel persoon omschrijven. Een gevoelsmens, ja. Maar tegelijk een kritische geest (hallo, journalistiek) die wil begrijpen hoé alles werkt. En waarom.
Dus hop, als kritische, rationele gevoelsmens - met een open geest - klom ik op de massagetafel.
En wat ik toén gevoeld heb…
dat kon ik niet verklaren.
Tijdens de sessie werd mijn lichaam niet aangeraakt, en toch ervoer ik al snel een diepe rust - een staat die ik al làng niet meer had gevoeld. Dan volgden er lichamelijke sensaties: warmte, koude, rillingen, kippenvel. Nog wat later: tranen die van heel diep leken te komen, maar die ik niet kon linken aan een bepaalde gebeurtenis. Het was oud verdriet, dat opwelde. Het wilde niet begrepen of gekaderd worden, enkel gevoeld en verwerkt. En toen dat gebeurde, was dat niet overspoelend. Eerder… regulerend.
Ik voelde ook hoe ik in een soort van lichte roes een reis in mezelf maakte. Ik kwam terecht in een staat waarin ik verwondering durfde toe te laten. Ik zag dieren, oude beelden, plaatsen waar ik nog nooit was geweest en zelfs mijn papa. Het leek wel alsof we een echt gesprek hadden. Hij gaf me een heel andere kijk op zijn ziekte en zijn heengaan.
De ervaring was zo tastbaar en troostend geweest, dat ze iets onherroepelijks in mij opende. Zonder psychedelica of bewustzijnsverruimende middelen, was ik getuige van… het verruimen van mijn eigen bewustzijn. Ik had dingen gevoeld dat ik niet kon verklaren. Maar vooral: ik was op een uur tijd tot inzichten gekomen die zich in jaren gesprekstherapie niet hadden aangediend. Gewoon, door aanwezig te zijn bij mezelf. En door de verwondering toe te laten.
De verwondering
Verwondering is prachtig, maar tevens, zo citeert Caroline Pauwels in haar Ode aan de Verwondering, niet iets dat énkel geromantiseerd dient te worden. Verwondering kan ook een crisis met zich meebrengen. Want: eens je hebt ervaren hoe de realiteit anders is dan eerst gedacht, weet je dat zo’n crisis zich vanaf dan op elk moment nog eens kan voordoen. Dat voortdurende proces van verwonderd zijn, en je realiteit bijsturen, houdt de geest flexibel, schrijft Pauwels. “Want wat is, kan immers altijd nog anders zijn”.
Voor mij bracht de initiële verwondering van die eerste energetische sessie een ontzettende nieuwsgierigheid met zich mee (hoe kàn dit? En als dit kan, wat kan er dan nog allemaal?). Tegelijk overviel me ook een onverwacht gevoel: ik ervoer voor het eerst sinds ik het me kon herinneren een soort van ‘thuisgevoel’.
Hoe kàn dit? En als dit kan, wat kan er dan nog allemaal?
Alsof ik iets had gevoeld dat ik me heel wezenlijk herkende. En waar ik zonder dat bewust te weten heel veel heimwee naar had gevoeld. Een gat in mijn borst, ter hoogte van mijn hart - dat niet gevuld kon worden.
Ondertussen weet ik dat er héél veel mensen zijn die zich anders voelen dan ‘de rest’. (En dat er waarschijnlijk niet eens iets is als die rest). Maar in mijn kindertijd, adolescentie en nog ver daarna, had ik mezelf net zoals zo veel neurodivergente vrouwen aangeleerd om ten allen tijde mijn eigen anders-zijn te maskeren. Maskeren werkt prima. Tot het iets te goed werkt.
Want jarenlang proberen om zo weinig mogelijk uit de toon te vallen, vraagt niet alleen ontzettend veel energie, het vervreemdt je ook ergens van je eigen kern. Je wijst jezelf af om aanvaard te worden. Alles dat ‘anders’ of ‘te intens’ is, wordt zodanig vaak vakkundig onderdrukt, dat het potje op de duur zelfs niet meer probéért open te gaan.
Je mag intens zijn, maar niet té.
Je mag creatief zijn, maar niet chaotisch.
Je mag gevoelig zijn, maar niet té.
Je moet nieuwsgierig zijn, maar je mag niet te veel weten.
De energetische sessie opende iets in mij, dat heel vertrouwd was.
Een oud stuk van mezelf dat ik onbewust had begraven.
Ik had gevoeld hoe energie werkte. En dat werk resoneerde heel sterk.
Zo sterk, dat het in de jaren daarna ook mijn werk werd
Het werk dat ik altijd al had gezocht
Mijn zielswerk